De geschiedenis van Brouwerij De Koninck
 
 
De geschiedenis van Brouwerij De Koninck gaat terug naar de tijd dat er nog geen sprake was van het Koninkrijk Belgie en Antwerpen nog deel uitmaakte van de Nederlanden onder Willem van Oranje.  Van de 19de eeuwse stadsuitbreiding is nog amper sprake. De stad Antwerpen wordt begrensd door de Spaanse stadsomwallingen gesitueerd aan de huidige leien. Aan de grote uitvalwegen buiten de stadsomwallingen kunnen reizigers en kooplieden terecht om hun paarden rust te geven en zelf een maaltijd te gebruiken bij een frisse pint, voor zij hun reis naar de stad verderzetten. Uitspanningen d’Exter aan het Eksterlaar en het Mestputteke aan de Herentalse baan dateren uit die tijd . Anderen verdwenen en verleenden later hun  naam aan uitspanning zoals De Steenen Brug aan de huidige Stenen Brug en De Gitschotel aan de huidige Gitschotellei in Borgerhout.
De afspanningen of “ hoven van Plaisantie” zoals ze genoemd worden, zijn erg in trek bij de stadsbewoners die op zondag de stad ontvluchten voor een wandeling in het groen en de tocht bekronen met een bezoek aan een hof van plaisantie.
 
In het jaar 1827 op 27 juni, drie jaar voor het ontstaan van België koopt Josephus Henricus De Koninck  “ De Plaisante Hof”. Deze riante afspanning omvat verschillende stallingen en uitgestrekte hovingen.
De Hof van Plaisantie is gelegen aan de grens met “ de Heerlykheit van Berchem “ waar rond de kerk enkele hofsteden en tientallen hoven van plaisantie liggen waar het bier goedkoop kan vloeien. In de stad moet men immers accijnzen betalen op de bierverkoop. Dit verklaart mee het succes van de hoven van Plaisantie.
De afspanning van Josephus Henricus De Koninck ligt aan de uitvalsweg naar Berchem de huidige Grote Steenweg. Op de hoek nu gevormd door de Grote Steenweg, de Boomgaardstraat en de Prins Albertlei stond één van de zeven grenspalen die sinds 1580 de stad Antwerpen afbakenen. De grenspaal heeft sinds korte tijd terug een plaats gekregen in de Warande. De hand op de zuil duidde erop dat de handelaars halt moesten houden om tol te betalen. De Boomgaardstraat droeg toen de naam Bogaardstraat en de Prins Albertlei kreeg pas in 1915 zijn huidige benaming naar aanleiding van het bezoek van de kroonprins , de latere koning Albert I. Voorheen heette ze kraanstraat naar de herberg “Café du Robinet” op de hoek van de Prins Albertlei met de huidige Legrellelei. Schuin over de grenspaal strekte zich het Galgenveld uit. Deze plaats van verschrikking werd bij de stadsuitbreiding in de tweede helft van de 19de eeuw omgevormd tot een prachtige Warande verbonden met de Boulevard Leopold ( de huidige Belgielei).
Josephus Henricus De Koninck een vlijtig en vrolijk man bouwt samen met zijn vrouw een grote en vaste klantenkring op. Josephus Henricus overlijdt veel te vroeg om van zijn welstand te genieten en laat een jonge weduwe na met vijf minderjarige kinderen.
 
 
glas

 
De Brouwerij.
 
Op 18 november 1829 ontmoet de jonge weduwe Elisabeth Cop, weduwe De Koninck,  natiebaas en vrijgezel Johannes Vervliet. Het komt tot een huwelijk.
Door de uitstekende kwaliteiten van Elisabeth als waardin breidt de klantenkring zich uit zodat Johannes zijn tijd moet verdelen tussen de natie en de uitspanning.
De uitbreiding neemt zo een vaart dat de brouwers nog moeilijk kunnen volgen met de bierleveringen . In 1832 na zich op te hoogte te hebben gesteld over het meesterschap van het bier brouwen brouwt Johannes zelf een donker bier dat erg in de smaak valt van de klanten. In 1833 krijgt Johannes Vervliet de toelating om een brouwerij onder te brengen in de woning aan de Grote Steenweg . De brouwerij krijgt de naam “De Hand” terug te vinden in nabijgelegen grenspaal en is tot op heden nog terug te vinden in het logo van de brouwerij. Na het overlijden van zijn stiefvader Johannes Vervliet neemt de oudste zoon Carolus, geboren uit het huwelijk tussen Elisabeth Cop en Josephus De Koninck het beheer over het bedrijf op zich .
 
 
Aanzet tot de bloei van de brouwerijen.
 
De 19de eeuw wordt gekenmerkt door de industrialisatie en de plattelandsvlucht.
Sedert de middeleeuwen hadden steden zoals Antwerpen talrijke brouwerijen wat voortvloeide uit de twijfelachtige kwaliteit van het drinkwater, vaak besmet door pest en cholera, en de kwaliteit van het bier dat door bet brouwprocedé een grotere veiligheid bood tegen de vreselijke epidemieën.
Eind 19de eeuw kan iedereen een kroeg openen op voorwaarde dat hij een aangifte doet en belastingen betaalt. Deze vorm van belastingsbetaling geeft recht op een kiescijns. Zo bestrijden de twee voornaamste partijen, de liberalen en katholieken elkaar met een kiezerskorps dat voor 12% bestond uit cafébazen. Het verplicht drinken van jenever in de kroegen van de patroons, de vlucht uit de ellende die ontstond bij het proletariaat tijdens de industriële revolutie en het hoge aantal kroegen, één per 40 inwoners, verklaart het uit de hand lopende alcoholisme in de 19de eeuw. Er komt een einde aan deze donkere periode door het heffen van hoge accijnzen op alcohol. De werkman veranderd zijn drinkpatroon en schakelt over op bier gebruik.
 
Belle Epoque 1880-1914
Het is in deze omstandigheden dat  Charles De Koninck, zoon van Carolus, na een brouwersopleiding, bij het overlijden van zijn vader in 1885, de leiding op zich neemt.
Hij leidt de brouwerij tijdens een groot deel van de Belle Epoque (1880-1914) . Het is een periode die gekenmerkt wordt door de stadsuitbreiding en een snelle evolutie in het dagelijkse leven. De fiets, de tram en voor de gegoede burgerij de auto verschijnen in het straatbeeld. De stoom- en elektrische machines doen hun intrede. Ondanks zijn wankele gezondheid kan Charles dankzij zijn goed beheer en meegaand met zijn tijd door de omschakeling naar stoommachines, de toenemende concurrentie overleven. In 1909 overlijdt Charles die nooit huwde en laat het beheer over aan zijn zus Josephina. De ongehuwde en verstandige Josephina beseft dat een goede structuur en goede, betrouwbare medewerkers de toekomst van de brouwerij kunnen veilig stellen. Een van de medewerkers Florent Van Bauwel, geboren in een brouwersfamilie uit Edegem, geniet het volle vertrouwen van Josephina en neemt mee de leiding van het bedrijf op zich. Om de toekomst van de brouwerij veilig te stellen wordt in 1912 de societé anonyme Brasserie Charles De Koninck opgericht . De naamkeuze is een laatste eerbetoon aan haar broer Charles.
 
De eerste wereldoorlog 1914-1918
De Duitse bezetting had nefaste gevolgen voor de meeste brouwerijen. Meer dan 1000 sluiten definitief de deuren, anderen smelten samen. Dit alles vloeit voort uit een aantal maatregelen die de Duitse bezetter neemt en de inbeslagname van brouwersbenodigdheden. Door de mobilisatie worden brouwersfamilies uit elkaar gerukt en ontstaat er een personeelsgebrek. Het koper van de brouwketels wordt in beslag genomen om ze om te smelten in munitie. Voertuigen en lastdieren worden eveneens opgeëist.
Bij het opeisen van de eiken brouwersvaten komt er groot verzet van de brouwers die uiteindelijk wegens het aanhoudend protest toch nog een aantal vaten mogen behouden. Wanneer de Duitsers de Centrale voor Gerst en Wintergerst oprichten en zo de controle over de verdeling krijgen, ontstaat er bierschaarste waardoor de prijzen worden opgedreven. Door het tekort aan gerst schakelen veel vindingrijke brouwers over op grondstoffen zoals andere granen, erwten, bonen, aardappelen en bieten. De oprichting van de Associatie van Belgische Brouwers en Mouters voorkwam een ernstig conflict over grondstoffen. Zij steunden de brouwers in hun eis voor de invoer van de producten noodzakelijk voor het brouwen.
Na de oorlog keert Juffrouw De Koninck terug uit Nederland waar zij tijdens de oorlogsjaren verbleef en draagt de aandelen over aan haar bedrijfsleider Florent Van Bauwel. Zonder geld maar met vertrouwen, kennis en commerciële geest gaat Van Bauwel op zoek naar kapitaal en vind dit bij Joseph Van den Bogaert telg van een brouwersfamilie uit Willebroek. Samen vervullen zij na de overname in 1919 de functie van afgevaardigd beheerder. Tijdens deze periode wordt gezocht naar uitbreidingsmogelijkheden en worden een hele reeks arbeiderswoningen in de omgeving van de brouwerij opgekocht.
 
 
De tweede wereldoorlog 1940-1945
 
Met de rantsoenering van levensmiddelen tijdens de Duitse bezetting breken in 1940 terug slechte tijden aan voor de brouwerijen. Ook Brouwerij De Koninck wordt niet gespaard.
Invoerproducten zoals rijst, maïs en biergrondstoffen vallen als eerste weg. De inlandse gerst gaat voor een groot deel naar de bezetter. Weer wordt de vindingrijkheid van de brouwers op de proef gesteld en worden “erzatz” producten gebruikt in de verwerking van het bier zoals bieten. Om de smaak van het bier te verbeteren worden aromaten toegevoegd zoals korianderzaad en kamillebloesem. Net als veel andere gebouwen in Antwerpen blijft ook Brouwerij De Koninck niet gespaard van de bombardementen met V 1 en V2 bommen.
In 1949 komt Modeste Van den Bogaert, bierbrouwer, en neemt de leiding van de zaak over en doet dit gedurende vijftig jaar.
 
Heden staan de twee zonen van Modeste Van den Bogaert aan de leiding van de brouwerij en waken over het artisanale karakter van de brouwerij.
 
De verdere geschiedenis van de brouwerij zou ons te ver leiden. Maar is prachtig verteld en geïllustreerd terug te vinden in het boek “ Met Koninklijke Groeten” van de auteur Wilfried Patroons die overzichtelijk en gedetailleerd het verhaal verteld van de families die deze Antwerpse reus in voor- en tegenspoed met volharding wisten te behouden en zo bijdragen aan de verdiende wereldfaam die dit bier geniet.
 
Met dank aan de Brouwerij de Koninck en in het bijzonder aan de Heer Patroons uit wiens boek wij ons verhaal ontleenden.
 
Een bezoek aan de brouwerij De Koninck is meer dan de moeite waard.
www.dekoninck.be